Olne Spa Olne: het verslag

Het vijfkoppige team FIT gaat een zondagje trailrunnen bij de Zuiderburen. Van Olne naar Spa en terug is er een prachtig offroad parcours uitgezet over 66km met als voornaamste ingredienten bospaden, blubber, stenen, wisselvallig weer en bijna 2000 hoogtemeters

Hieronder hun relaas:

Etappe 1, Dimensies.

(Arnaud)

De week voor deze race moest ik zelf altijd een beetje lachen als ik probeerde uit te leggen wat het plan was. Maar het effect op anderen was ook leuk. “We gaan proberen 66 km hard te lopen”. Glazige blik. “Met nog wat heuveltjes erin”, gevisualiseerd door een golvende beweging vanuit de linker elleboog. Net zo’n glazige blik. “Voornamelijk door bos en veld, niet over asfalt”. Glazige blik en: “Goh… leuk zeg”.

Met andere woorden: sommige dingen zijn aan de gemiddelde medemens niet uit te leggen. En aan mezelf ook niet echt trouwens. Ik had ooit wel eens twee en een half uur achter elkaar hardgelopen, zeg een kilometer of dertig. Verder had ik ooit meegedaan aan een marathon: uitgestapt na twintig kilometer. Tijdens Adventure Races wordt het lopen heerlijk afgewisseld met andere disciplines en is er altijd het “o, wacht even, nu moet ik kaartlezen”-excuus.

Het was dan ook met een frisse dosis scepsis dat ik in winderig en donker Olne aan de start stond. Nu nog lekker tussen mijn teammaatjes, maar ik hield me voor dat ik me vooral niet moest laten opjagen. Geen verwachtingen, geen doelen, gewoon kijken hoever ik kom.

Het startschot klonk en tussen verdacht veel mensen boven de vijftig, bewoog ik me naar voren. De eerste vijfhonderd meter liep ik nog met Michiel en Elwin, maar ik liet ze al snel gaan: “Tot vanavond!” . Ik keek achter me, of ik tussen de grijsaards en soepele dames nog een blond kopje en een brede lach zag, maar ook Liz en Harm waren niet in de buurt. En dus begon een hele lange dag in mijn eentje, maar gelukkig niet alleen. Naast de eerder genoemde grijsaards (“Courage!, Ca va?”) en soepele dames (geen gesprek), kreeg ik al snel gezelschap van mijn Ego (“DOORLOPEN, er is een eind aan”) en mijn Twijfel (“Merde, wanneer stort ik in?”). Met zijn drieën was het gezellig, de heuvels op, de paden in.

Na een flink eind (“enorm ver” volgens Twijfel, “pas op een zesde” volgens Ego), stond er in meel op de weg geschreven: 10. De bedoeling hiervan werd me al snel duidelijk: we waren nu op 10 kilometer. Dat wilde zeggen, nog slechts 55 te gaan. Dat stond dus gelijk aan nog een marathon plus de afstand die ik al had afgelegd, plus nog een beetje (aldus Twijfel). Maar het ging nog lekker, en dus hobbelden we rustig door. Langs Maria en Jezus bereikten we uiteindelijk een flink stuk asfalt, waar eens iets harder gekacheld kon worden, en al snel daarna de eerste Ravitailleringspost. Nog niks aan de hand, alles ging lekker, maar ja, dit was pas ongeveer een kwart…

 

Etappe 2, So far, so good…

(Harm)

Met mijn hand vol rozijntjes begin ik weer te hobbelen. Lisette knabbelt nog wat op haar eierkoek, terwijl we op weg gaan naar de volgende bevoorrading. Deze is niet alleen van belang omdat we dan weer te eten krijgen (onze rugzakjes zitten nog boordevol met lekkers), maar vooral omdat we dan in Spa zijn. Vanaf dat punt zijn we halverwege, zodat er geen enkele reden meer is om om te draaien, maar bovendien zijn het aantal af te leggen kilometers vanaf dat moment minder dan wat we al gedaan hebben. Niet dat dat echt een troost is, want waarschijnlijk zullen die latere kilometers aanzienlijk meer pijn en moeite kosten. Maar goed, dat zijn problemen voor later. Vooralsnog hollen we behoorlijk soepel naar beneden en klimmen we met een redelijk tempo. Toch beginnen de eerste pijntjes op te treden. De lange passen bergaf zorgen ervoor de mijn bilspieren zich melden (we troosten ons met de gedachte dat deze dag ons in ieder geval strakke billen oplevert) en dat mijn bovenbeenspieren ook wat stijfjes beginnen aan te
voelen. De verwachte problemen met mijn knieën blijven voorlopig achterwege. Zouden de vernieuwde zooltjes dan toch hun werk doen? Oké, een klein nadeel van de aanpassing is wel dat de tenen van mijn rechtervoet langs de neus van mijn schoen schaven, zodat deze op zijn minst een blaar gaan oplopen en in het ergste geval als een soort “filet american” de finish halen.

In een gestaag tempo tikken we de kilometers weg… Het met-z’n-tweeën lopen heeft niet alleen als voordeel dat het een stuk gezelliger is, maar ook dat het beter te verdragen is om iets onder mijn eigen tempo te lopen. Haast hebben we vandaag sowieso niet en we hebben onszelf ingeprent dat er nu minder tijd te winnen is met harder lopen, dan er later te verliezen is als je niet meer vooruit te branden bent. Toch loopt Lisette rond de 27 km, in een lange klim, haar eerste dipje op. Ik diep een pak tucjes op uit mijn rugzak, waarvan de zoute smaak een aangename afwisseling is met de balisto’s en marsen die ik tot nog toe verorberd heb. Niet veel later passeren we het 30 km punt en komt Spa in zicht. De skyline van dit dorp wordt gesierd door grote opslagplaatsen van blauwe kratten, die in het dal wat nu nog ver beneden ons ligt een soort abstracte tekening in een natuurlijk landschap vormt. In het grauwe weer doet het dorp troosteloos aan, zeker als het ook nog begint te miezeren. De laatste 3 km gaan overwe
gend naar beneden en we komen na exact 4 uur lopen aan in Spa. Dat betekent dat op een 8 uurs schema zitten, verval in de terugweg niet meegerekend. Mmm, mijn benen voelen helaas niet zo fris meer als bij de start, dus dat lijkt me niet al te realistisch… Ach, we leven nog, we lopen nog…

 

Etappe 3, Instortingsgevaar.

(Elwin)

3 uur en 8 minuten onderweg. Snel loop ik de 2e verversingspost op 32km voorbij. Zo pak ik zeker een man of 20 die bij de post staan te plakken. Ik wil in beweging blijven. Niet alleen omdat ik daarmee minuten win, maar omdat ik de beentjes warm wil houden.

Toch geeft het halverwege punt aanleiding tot een feestje, want vanaf hier is het een kwestie van aftellen en begin ik te geloven dat mijn richttijd van 6½ uur haalbaar is.

Tijdens de steile klim het bos in, direct na de post, maak ik gebruik van het slakkentempo om mijn rugzakje op mijn buik te hangen en mezelf te tracteren op van alles dat ik van onderuit de tas grabbel. Ik vind allerlei sportreepjes in alle gortdroge varianten en een zakje nootjes. Alles naar binnen gegooid en weggespoeld met een sloot water uit mijn drinktuit, net op tijd voordat ik bovenaan de helling weer tempo maak op de glooiende paden in het bos van Spaloumont. Dit is trailrunnen in optima forma.

Ik moet waken voor euforie. Ik loop mezelf nu gemakkelijk voorbij. Er kan nog van alles gebeuren. Discipline is belangrijk nu. De glucogeen voorraad is al opgebruikt. De diesel is op voornamelijk vetverbranding overgeschakeld. Ik moet er goed aan denken om een kalm tempo aan te houden, elk half uur een reep en flink drinken.

Dan komt de afbraak onverwacht van twee kanten. Van buitenaf en van binnenuit. Als ik nog een hapje sportreep wil wegspoelen, voel ik me als een baby die op een fopspeen zuigt. Mijn drinkzak is leeg! Dat is waar ook, ik had maar een anderhalf liter reservoir gevuld. En het is nog een kleine 15km gaans naar de volgende post. Deze fout breekt me fysiek en mentaal op. Ik weet nu al dat mijn machine gaat warmlopen zonder water en dat ik er onvoldoende brandstof in kan spoelen. Dat verstoort mijn ingekeerde longdistance trance en de laatste hap sportreep blijft droog als een hap woestijzand in mijn mond hangen. Verbeeld ik me nou dat alle pezen in mijn benen plots gaan protesteren? Nee, elke oneffenheid voel ik nu. Mijn enkels lijken te knakken.

En juist dan volgt er een lange steile modderige afdaling naar het dal waar de E42 in loopt. Normaal gesproken pak ik dat met een soepele ski-pas. Maar nu moet ik elke stap omlaag voorzichtig en uitgebalanceerd zetten. Het ergert mij, dit vreet tijd en energie. Hoeveel komt voort uit het fysieke gestel en hoeveel zit er tussen de oren? Zinloos, het laat zich niet wegredeneren.

Beneden aan de helling staat er een ambulance geparkeerd. Ik prijs me gelukkig dat ik daaraan ontsnap.

De interne kwelling wordt afgewisseld door een externe. Er komt me een mannetje achterop die ik al van ver hoorde aan komen. Ik had hem al eerder ingehaald, en toen werkte hij mij al op de zenuwen. Trommelend stampen zijn korte beentjes een tempo drie keer zo snel als het mijne. Ondertussen hijgend en proestend als een postpaard met kinkhoest.

Het zou bijna komisch zijn, als het niet zo irritant was. Hij blijft vlak achter mij hangen. Ik ben bang dat hij in mijn schoenen wil meeliften. Ik zak af om hem dan maar voorbij te laten. Maar hij vertraagt mee. Ik versnel pittig, maar hij blijft me op de hielen zitten. Op het moment dat ik woest wordt en op het punt sta hem actief te helpen afdalen langs een andere route, komt hij eindelijk voorbij. Stuntelig trappelend blijft die rare kabouter vlak voor mij strompelen. Regelmatig struikelt hij over zijn eigen voeten. En hij is niet afkomstig uit mijn eigen zielekronkels, dit kereltje is zo reëel als mijn eigen droge keel. Hij wordt door alle omstanders aangemoedigd, een bekende local dus. Ging hij daarvan maar sneller lopen.

Nog een aantal keer wisselen we van positie. Maar ik raak hem pas na een vijftal kilometers kwijt als hij nogmaals struikelt en daarbij schijnbaar iets verstuikt.

Het 6-uur schema kan ik nu wel vergeten. Ik wordt regelmatig ingehaald en loop als in slowmotion. De kilometers worden engelse mijlen. Mijn lichaam wil niet meer en ik speur lange tijd vergeefs naar een waterbron. De benen branden. Ik heb nu echt dorst.

Dan draait het parcours om een berghelling heen een dorpje in en hoor ik drums. En ja, eindelijk 2km verder doemt daar verversingspost 3 op, 48km. Thee, Isostar, water en bananen, voorlopig krijg je mij hier niet meer weg.

 

Etappe 4,

(Lisette)

Net als mijn camelback op rav 3 wordt gevuld, komt Harm alweer in beeld. Dankzij zijn sanitaire stop, kon ik even vooruit ‘sprinten’ om de wachttijd bij de post te verminderen. Ook bij ultralopen blijkt tactisch spel mogelijk te zijn ;-).

Ondanks dat we hadden afgesproken om elkaar na rav 2 ‘vrij te laten’, om zo in eigen tempo verder te gaan, lopen we nu na rav 3  nog steeds samen. Ik vind het eigenlijk wel prettig zo, want het heeft nogal wat voordelen. Ik hoef zo niet alleen in mezelf te praten en bovendien is het veel makkelijker om het tempo erin te houden.

Het viel niets tegen die afgelopen uren. Het is een mooie route vol afwisseling en met heel weinig asfalt. Het is erg nat in de bossen, dus het parcours is er wel wat zwaarder door. Maar het gaat en we hebben er toch op een bepaalde manier plezier in. Zo hebben we nog enthousiast het 42km moment gevierd. En genoten van mijn laatste ontdekking op het gebied van ‘mentaal eten’, namelijk de albertheyn hapklare gehaktballetjes. Na een kritische blik van Harm dreigen ze de “knakworstjes uit blik” van de eerste plek te verstoten.

Zo tegen het eind, na 50km, zou ik als ik alleen zou lopen grote moeite hebben om de snelheid erin te houden. Maar met zijn tweeën blijken we aardig in staat om enig tempo te handhaven. We anticiperen op elkaar door elkaars aanzet tot versnelling te volgen. Bergop gaat echter traag, maar juist op relatief vlakke stukken en afdalingen proberen we onze gemiddelde snelheid wat omhoog te halen. Hoewel uiteindelijk dit ook niet meer zo soepel verloopt, de klappen die mijn benen opvangen van het afdalen begint pijn te veroorzaken.

Het is niet ver meer, we zijn al ruim over de helft. We doen regelmatig voorspellingen aan de hand van onze calculaties. We durven zelfs te stellen dat we echt gaan finishen (waarschijnlijk zelfs binnen 9uur) en dat het nu echt niet meer lang zal duren. Hoewel de kilometers uit meer dan duizend meters lijken te bestaan, waardoor het soms niet lijkt op te schieten. Zeker niet als we op de weg geschreven afstand passeren, die we volgens onze planning allang voorbij zouden moeten zijn.

Voor vertrek bleek mijn weerbericht niet helemaal overeen te komen met die van Elwin, waardoor ik toch maar besloten heb om mijn regenjasje mee te nemen. En gelukkig maar. We komen in een hagelbui terecht, maar hobbelen vrolijk verder in de natte boel. We zitten toch al onder de modder en mijn schoenen waren door de natte paden en akkers al doorweekt. Het wordt wat schemeriger en ik merk dat ik erg snel afkoel en energie begin te verliezen.

Eenmaal aangekomen bij rav 4, ben ik aardig vermoeid. Met zijn tweeën genieten we van de chips en tucjes (we zijn te lui om in onze eigen rugzak te grabbelen), die bij deze post als foerage ligt; ze werken uitstekend voor de moraal. Nog maar een paar kilometer…

 

Etappe 5, Een Waals lesje nederigheid.

(Mitch)

“Ik stop ermee. Echt. Bij de volgende post stap ik uit. Echt waar. Ik stop… Wat een onzin is dit! Ik stop.” Zo vaak als deze negatieve gedachten door mijn hoofd tollen (en dat is behoorlijk vaak sinds verversingspost 1), zo vaak trek ik me er ook niets van aan. Ik ga door. Stoppen? Dat nooit!

Het gaat al een tijdje niet zo lekker meer. Nadat ik Elwin op 18 km voorgoed uit het zicht verloor kreeg ik last van mijn enkel. Een stekende pijn die vooral niet te harden is tijdens afdalingen, als de lip van m’n schoen er vol op drukt. Kilometers lang heb ik al gestrompeld en nu ben ik op verversingspost 4, 40 km verder dan waar mijn laatste soepele passen het gevecht met de zuigende Waalse modder wonnen.

Snel prop ik wat chips naar binnen en spoel ze weg met een bekertje water. Erg fijn van de organisatie om op iedere post ruime hoeveelheden voedsel en drank beschikbaar te stellen. Terwijl ik mijn stokken van de rugzak pak realiseer ik me dat ik die al veel eerder tevoorschijn had moeten toveren. Een vreemd soort koppigheid weerhield me daar echter steeds van. Of was het de angst om straks door mijn maatjes ‘Stokkie 2′ genoemd te worden? Hoe dan ook, gewapend met de Leki’s bestorm ik de eerstvolgende helling.

Ik merk dat ik erg blij ben om het feit dat ik het tot hier heb weten vol te houden. Nu kan dat laatste stukje er ook nog wel bij! En ik merk dat ik pissig ben. Pissig omdat het grootste deel van de race niet gegaan is zoals ik vooraf bedacht had. Kl*te-enkel!! Driftig stap ik door, over een herfstige single-track naar boven. Omhoog voel ik mijn enkel eigenlijk niet, en als ik er voor mezelf nog een soort van race van wil maken moet het hier gebeuren. Andere deelnemers die, duidelijk met hun laatste beetje energie, de helling opkrabbelen kijken verbaasd op als ik voorbij storm. Dat geeft toch een goed gevoel, voor het eerst sinds een uur of vijf.

Op het plateau gaat het weer over asfalt. Dat betekent pijn. Helemaal wanneer de weg daalt dreunt iedere pas keihard door m’n voet. Letterlijk met tranen in m’n ogen probeer ik toch het tempo hoog te houden, zelfs te rennen, maar eigenlijk gaat het niet. Iedereen die ik in het stijgen gepasseerd heb hobbelt me nu weer voorbij en geeft me een bezorgde blik en een aanmoedigend “Courage!“. De vriendschappelijke sportiviteit die hiervan uitgaat merk ik niet eens meer op; ik wil alleen maar bij de finish zijn.

Na een steile afdaling die ik achterstevoren af loop scheidt een laatste helling me nog van het eind. Hier weet ik weer een aantal deelnemers voorbij te stampen, maar een oud, grijs baasje blijkt niet meer in te halen. Ongelooflijk! Wat gaaf als je dit nog kan doen op die leeftijd! Intussen kan het echt niet ver meer zijn. Door de muziek van m’n iPod heen hoor ik de speaker en rechts ligt al de parkeerplaats waar we vanochtend de laatste voorbereidingen troffen. Nu, ruim 8½ uur en 65km later, hink ik richting de eindboog waar een fris ogende Raymond me een heerlijke kop thee geeft.

Voorzichtig probeert mijn blijdschap zich uit de greep van vermoeidheid, pijn en frustratie te wurmen. Blijdschap voor mezelf, dat ik geen gehoor heb gegeven aan de stem in mij die al zoveel eerder opriep tot stoppen, en blijdschap voor de anderen. Raymond en Elwin zijn al een paar uur binnen, Arnaud al een kwartier en vlak na me finishen Harm en Lisette. Dat hebben we toch maar mooi geflikt met z’n allen!

Onder het genot van een goede Belgische stamppot met worst worden persoonlijke ervaringen uitgewisseld. Ongeloof en respect is er voor de winnaar die net iets meer dan vijf uur nodig had. Maar ook voor het grootste deel van het veld dat ruim binnen de acht uur, en daarmee dus ruim voor de meeste van ons, gefinished is. Wat kunnen die Zuiderburen lopen, niet normaal!

Team X-Bionic

Welkom op de website van het X-Bionic Adventure Race Team. Vier mannen en één vrouw die van avontuur en fysieke uitdagingen houden. Op deze weblog plaatsen we verslagen van onze wedstrijden, voorbereidingen, ervaringen met materialen en alle andere zaken die ons bezighouden. Geniet van de verhalen en schroom niet om een reactie te plaatsen of je vragen aan ons te stellen.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*