Busteni, relaas van een ‘rust-dagje’.

tekst en foto’s: Elwin van der Gragt.

Februari 2007. Voor deelname aan een Worldcup Iceclimbing wedstrijd, verbleef ik kleine week in Busteni, het ‘Chamonix’ van Roemenie, gelegen in de zuidelijke Karpaten. Na de gekte van het Worldcup circus, een dagje tourskieen en het afsluitingsfeest van het evenement, was ik dringend toe aan een dagje rust. De andere leden van het Nederlandse team besloten het kasteel van Dracula op te zoeken. Ikzelf ga nooit op reis zonder mijn loopschoenen, en koos voor een loopje de bergen van Muntii Baiului aan de overkant van de vallei.
Tijdens de tourski tocht had ik al gezien dat er een mooie hoefijzer combinatie mogelijk was over de bergkammen waar de sneeuw grotendeels vanaf was gewaaid. Kaarten waren van deze Oost-kant niet verkrijgbaar, er stond wel nog een deel van op de kaart van de West-zijde. En een gammel info-bord in het dorp toonde een aantal gemarkeerde routes in die richting, met bergen zonder naam en hoogte. Ik prentte de hoofdlijnen in mijn hoofd en ging op weg.

 img_2867.JPG
Rennen op de Muntii Baiului.


‘Al snel nadat ik het bos in ben gerend, is er geen gemarkeerd pad meer te vinden. Aanvankelijk dacht ik dat de rode strepen op de bomen de richting aanduidden. Maar nadat ik in steeds grotere lussen enigzins in de juiste richting aan het zigzaggen ben, begint het me te dagen dat de strepen waarschijnlijk aanwijzingen zijn voor houthakkers.
Na een kilometer of 2 zijn ook die verdwenen. Nu is het gewoon een kwestie van de kompasnaald volgen. Gelukkig is het bos daar open genoeg voor.
Opeens stuit ik toch onverwacht toch op een pad. Tientallen voetsporen staan in de dunne modderige sneeuw. Ook al wijkt het wat van mijn koers af, besluit ik het een eindje te volgen. Maar als ik eens beter de sporen bekijk, slaat mijn hart een slag over: Dit is een beren snelweg. Ik dacht dat die beesten in een diepe winterslaap verkeren! Een wakende beer in de winter heeft vast veel honger.
Links en rechts angstig over mijn schouder glurend, verlaat ik het spoor zo snel mogelijk. Mijn nonchalante smakkende looproffel veranderd in een soepele sluipgang. Eigenlijk best goed voor mijn looptechniek.’

hert.JPG
Gelukkig niet alleen beren op de weg..

‘Uiteindelijk bereik ik na een flinke klim de rand van het woud. Op het moment dat ik mij door de dichte begroeiing boor naar het licht van de hogere velden, slaat mijn hart opnieuw een aantal slagen over. Ik trek aan de noodrem. Er stormt mij een grote donkere wollige schaduw tegemoet. Vlak voor mij blijft het monster staan, onvoorspelbaar grommend.’
‘Maar ondanks de aanblik van de rij blikkerende tanden die zich elk moment in mijn vlees kunnen gaan boren, voel ik opluchting.
Dat het maar een hond blijkt te zijn. Waar komt dat beest vandaan, zover van de bewoonde wereld? Maar waar een hond is, kan zijn baasje nooit ver zijn.
Vanaf het veld boven, klinkt er gefluit. Het beest kalmeert iets, maar blijft pal voor mij staan. Het is me duidelijk dat ik geen vin moet verroeren. Na een eeuwigheid komt de eigenaar in beeld. Een mannetje met bijna eenzelfde wantrouwende blik als zijn hond. Een groot mes in de handen.
Maar algauw begint het mannetje breed te grijnzen. De hond kiest nu kwispelend zijn zijde. Hij duidt mij mee te komen. Helemaal op mijn gemak voel ik mij niet bij deze redding.
Iets verderop, bij de restanten van een herdershut, op een sneeuwrije plaats, brand een vuurtje. Op de sneeuw eromheen bloedsporen. Een andere lange benige man gehuld in de vodden van wat ooit een politieuniform geweest is, zit boven het vuurtje vlees te roosteren. En deze grijnst ook zijn rotte tanden bloot. Bij de bouwval staan geweren. Het is me duidelijk. Ik ben op een stroperskoppel gestuit.
Ik kijk omhoog en zie het begin van de graat waarlangs ik verder omhoog wil rennen. Zo snel mogelijk wil ik mijn weg vervolgen. Maar voel al aankomen wat er komen gaat. En ja, ik moet gaan zitten en krijg wat zwartgeblakerd wild aangeboden. Weigeren is geen optie. Dat zou niet netjes zijn. Braaf knabbel ik wat mee, ondertussen verlangend omhoog blikkend. Zo goed mogelijk mijn 3 woorden Roemeens gebruikend, begint er een geanimeerd gesprek over Ajax en een voetballer genaamd Averladze, ofzoiets. Ik deel een paar van mijn energie repen uit en dat breekt het ijs volledig. Er verschijnt een gebutste jerrycan met heldere vloeistof in beeld. Ik mompel dat ik snel verder moet. Maar de beker gaat al rond. “Nou goed, nog 5 minuten dan”, zeg ik. Telkens als de beker passeert neem ik een miniscuul nipje, waarna ik ferm mijn keel laat slokken, dat het wat lijkt. Ondertussen staat van die paar druppels mijn mond al wel in brand. Als de 2e beker leeg is, zie ik mijn kans schoon. Ik zwaai in één keer mijn rugzak op de rug en neem hartelijk afscheid van mijn nieuwe vrienden “Jullie moeten zeker een keer Nederland bezoeken!” en “Nee, sorry, ik heb helaas geen telefoonnummer!”.

 img_2857.JPG
Mijn nieuwe vriend houdt van knuffelen..

De hond blikt wantrouwig in mijn richting, als ik al zwaaiend haastig in de richting van de bergkam been. Dan ben ik niet meer te houden en speer als een kanonskogel de graat op. Het hele volgende uur naar de eerste top, hou ik een veel te hoge stijgingssnelheid aan, waarbij mijn hart overuren maakt en mijn benen bijna exploderen.’

img_2866.JPG
Running with the devil..

‘De werking van die paar nipjes alcohol breken mij op. Het wordt mij licht in het hoofd en het lichaam voelt als pap. Ik drink zeker een halve liter Sportdrank, duw een reep naar binnen en vertraag mijn pas wat. Dat lost de problemen op. Ik kan weer genieten van de tocht.
Hier boven de boomgrens is het terrein overzichtelijk. En 5 toppen liggen prachtig in een halve cirkel voor mij uit, elk op een tussenafstand van ca. één kilometer. De verbindende graat blijft mooi op hoogte, waardoor er niet teveel hoogteverlies optreedt.

 img_2858.JPG
Een open boek.

De kam is inderdaad vrijwel sneeuwloos. En ik geniet tegelijkertijd van het lopen alswel van de vergezichten, tussen de wolken door. Aan de overkant van het dal de het door kabelbanen toegankelijk gemaakte bastion van de Caraiman, met de markante radio toren, in nevelen gehuld. Het krioelt er vast weer van de toeristen. Terwijl deze kant van het dal totaal verlaten is. Naar het zuiden de laagvlakte van Bucaresti. Voor de rest, beboste heuvelen zover het oog reikt.

 img_2864.JPG
Uitzicht op de Caraiman.

Daar waar nog sneeuw op de graat ligt, is deze door de wind verhard. Wel oppassen geblazen, hier en daar zak ik erdoor en blijk me op een overhangende sneeuwluifel te bevinden.
Snel, té snel naar mijn zin, rond ik de laatste top. Voor mij uit daalt de graat nog een kilometer lang, voordat deze in het bos uitloopt in een helling. Het windjack gaat uit en de versnelling opgeschakeld. Ik laat mijn benen tollen en torpedeer mijzelf door een opening in de bosrand.’

img_2905.JPG
Bos in.

‘Ik stuif door het woud op de Westelijke flank omlaag. Ik daal 2 tot 3 maal zo snel als tijdens de klim. Ik geniet van de beweging van de als schokbrekers stuiterende benen die over de halfbevroren bosgrond trommelen. Als in een super-G, slalom ik rakelings langs de stammen van de bomen.
Alle spanning opgebouwd aan het begin van de tocht en de extase van het vinden van de gezochte top-combinatie, leef ik uit. De afdaling lijkt eindeloos, maar toch te kort. Onderaan de helling duikel ik pardoes weer terug de bewoonde wereld in. Ik stuif het bos uit, een modderige gravelweg op.
Een grazig veldje naast de rivier zou een mooi picnick plaatsje zijn geweest, als het niet vol lag met gebroken flessen, verbrandde autobanden en roestige ijzeren balken. De rivierbedding ligt bezaaid met PET-flessen, flarden van plasticzakken en complete autowrakken. Is dit wat ze beschaving noemen?

 img_2919.JPG
Beschaving..

Verderop, waar de gravelweg breder wordt, maar het oppervlak nét zo modderig en gebutst blijft, vormt het de hoofdstraat van een dorpje.
Opeens komt er om de hoek in tegengestelde richting een stoet mensen in hun zondagse goed de hoek om. Voorop loopt een man die een enorm houten kruis torst. Middenin de stoet een platte paardenkar. Ik trek de camera uit de heup-pocket van mijn rugzak om de processie vast te leggen. Maar stop deze snel weer terug, buig mijn hoofd en vouw mijn handen. Op de kar ligt een oma, hobbelend op weg naar haar laatste rustplaats. Welkom terug in het leven van alledag’.

img_2801.JPG
Muntii Baiului aan de overkant..

Team X-Bionic

Welkom op de website van het X-Bionic Adventure Race Team. Vier mannen en één vrouw die van avontuur en fysieke uitdagingen houden. Op deze weblog plaatsen we verslagen van onze wedstrijden, voorbereidingen, ervaringen met materialen en alle andere zaken die ons bezighouden. Geniet van de verhalen en schroom niet om een reactie te plaatsen of je vragen aan ons te stellen.

2 Comments on Busteni, relaas van een ‘rust-dagje’.

  1. Het blijft toch altijd heerlijk om te rennen daar in het oostblok 🙂 Ga je deze winter weer ijsklimmeren?

    Noroc!

  2. je vergeet nog te zeggen dat twee niet nader te noemen Nederlanders, bijna de politie hadden ingeschakeld omdat Ellie niet op het afgesproken tijdstip in de kroeg verscheen en gevreesd werd dat hij in het donker ten prooi was gevallen aan Dracula, of nog erger: Borat. Bij nader inzien hebben de twee Nederlanders bedacht dat het leuker was om bruine biertjes te drinken met lelijke vrouwen.

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*